Roel Jansen

Roel Jansen – Oprichter van School van de Kraanvogel in den Haag – is één van die interviews die ons sterk is bijgebleven.  Eind 2017 waren wij bij hem te gast voor een gesprek.  Hoe we via het opgeven van ons verzet en het bewust maken van keuzes kunnen kiezen voor vrijheid.  Roel is naast acupuncturist een gepassioneerde lesgever met een hart voor de traditionele manier van lesgeven.  Hij is auteur van meerdere boeken over onderwerpen zoals Tai Chi en Qigong.  Een uitermate interessante leraar met een unieke kijk op dingen.  Lees er meer over in het 6e nummer van ons CNYS magazine.

INTERVIEW Roel Jansen

Mijn naam is Roel Jansen, ik kom oorspronkelijk uit Eindhoven.  Op mijn 12e levensjaar ging ik in de leer bij de Kun Tao meester Tan Eng Ho.  Kun Tao is een verzamelnaam voor Chinese vechtkunsten in Maleis-talig gebied.  Zelf heb ik een Nederlands-Indische achtergrond.  Hij gaf les in Tit Khun, een kunst die verder niemand kent zoals dat wel vaker het geval is met familiekunsten.  Toen ik na pakweg 15 jaar trainen zelf les ging geven merkte ik dat dingen niet vanzelf gingen.  Uiteraard zat daar een stuk onervarenheid als leraar aan vast maar er was ook een groot stuk wat ik niet anders kon aanduiden als ‘de sfeer’.  Het bleek dat bepaalde zaken die binnen mijn eigen trainingsgroep als vanzelfsprekend werden beschouwd binnen de groep waar ik zelf les aan gaf en die voornamelijk Hollandse mensen bevatte, helemaal niet zo vanzelfsprekend waren.  En daar liep ik tegen aan.  Om daar vat op te krijgen ben ik toen Sinologie gaan studeren met krijgskunst als onderzoeksrichting.  Via de opleiding ben ik toen in contact gekomen met een Chinese grootmeester.  Dat was Fei Yuliang, bij hem heb ik mijn eerste Qigong en Tai Chi lessen gekregen.  Vanwege mijn ervaring met Chinese leraren en mijn kennis van de Chinese taal werd ik al vrij snel zijn persoonlijke assistent.  Na 10 leerrijke jaren waarbij we samen een aantal boeken hadden uitgebracht besloot ik om mijn eigen weg te gaan.  Ik zou me verder richten op onderzoek van klassieke teksten en het spreken met meesters.  In de laatste jaren zijn er heel wat interviews vrijgekomen met mensen die nog opgeleid waren in het begin van de vorige eeuwwisseling.  Dat is heel kostbaar materiaal en al die dingen neem ik mee om mijn eigen Taiji verder vorm te geven.  Dat heeft uiteindelijk geleid naar het project waar ik momenteel mee bezig ben, een boek over de namen van de houdingen van Tai Chi, met de gehele context en achtergrond van zo’n houding.  Dat is in een notendop het verhaal dat ik doorlopen heb.

Als ik het goed begrijp bent u een ‘Scholar’, waarbij u theorie en praktijk bestudeert en u specialiseert hierbij in Tai Chi?

Mijn zwaartepunten liggen bij het doorgeven van Tit Khun en het verspreiden van de ‘Vijf Stappen’- Tai Chi van mijn School van de Kraanvogel.  Ik wil niet op commercieel niveau les geven maar op de oude manier, zo zit ook mijn school in elkaar.  Een kleine groep waarbij ieder op zijn eigen niveau traint, de één is dan bezig met Qigong, de ander met Tai Chi of Tit Khun.  De kunst moet leven, zonder dat dogmatische karakter wat je vaak ziet.  Mensen hebben echter eenmaal de neiging om te willen weten, hoe moet dat nu?  Dat willen ze dan van buitenaf aangereikt krijgen maar via de oude manier leer je dus om het binnen in jezelf te zoeken.  Elke leerling is anders, iedereen beweegt anders.  Ja er zijn bepaalde principes die je moet volgen maar elk lichaam en temperament vormt het uiteindelijke resultaat op zijn eigen unieke manier.  Krijgskunst gaat over vrijheid, letterlijk door jezelf te kunnen beschermen maar ook in jezelf, je vrij maken van dogma’s e.d.  Dat is een heel belangrijk iets.

Speelt gezondheid daar ook een rol bij?

Daar overlap je met gezondheid.  Om te beginnen blijft je niveau in Tai Chi en Qigong altijd beperkt als je niet ook Chinese medicijnen hebt gestudeerd (ik ben acupuncturist).  Daarnaast is vrijheid een gevolg van open zijn, fysiek open zijn zoals je bv. bij Qigong doet, is heel belangrijk.  Zit je lichaam dicht dan is ook je geest dicht, dat gaat samen en dan creëer je damp.  Het dichtzitten zorgt ervoor dat de Qi niet kan transporteren.  Het openen van de meridianen is hier dus heel belangrijk.  Die openheid die zorgt er ook voor dat je vrijer kunt denken.

Het lijkt me heel erg dat je die verbinding maakt tussen de krijgskunst, gezondheid maar ook het filosofische aspect.  Vrij zijn als mens, dat houdt ook in dat je bepaalde mate van gezondheid hebt want als je ziek bent, ben je ook niet vrij.  En als je angstig bent omdat je jezelf niet kunt verdedigen, of angstig voor de gevaren van buitenaf, dan beperkt dat ook je vrijheid.

Inderdaad, het maakt je ziek omdat je benepen raakt.  Naar mijn idee is dat ook de reden voor de grote hoeveelheid ziekte in onze maatschappij.  Ok, mensen worden ouder en er kan nu eenmaal meer vastgesteld worden.  Maar als je zo rondloopt dat je de dingen maar op hun beloop laat omdat ze nu eenmaal zo zijn, geef je het verzet op om je leven beter te willen.  Mensen zeggen wel dat ze accepteren zoals het is, maar dat doen ze heel vaak niet echt.  Eigenlijk leggen mensen zich er gewoon bij neer zonder het echt te accepteren en dat zorgt ervoor dat er intern nog steeds een strijd is, een blokkade.  Qigong helpt je o.a. ervan bewust te worden dat die interne strijd er nog steeds is.  In dat opzicht is gezond zijn niet moeilijk, het is een kwestie van keuzes maken.  Uiteraard heb je mensen die een bepaalde genetische aanleg hebben of gewoon ontzettende pech maar voor een groot deel van onze bevolking zou gezond zijn niet al te moeilijk moeten zijn.

Mensen maken zichzelf ziek door onnodig verzet, niet kunnen of willen kiezen in het leven.”

Die keuzes kunnen soms vervelend zijn om te maken.   Simpel voorbeeld je zit met een levenspartner waar je eigenlijk niet meer bij wil zijn maar het loopt allemaal wel ok, dus je accepteert het, althans dat denk je.  Maar intern zit er wel degelijk een conflict en dat gaat dan woekeren.  Dat interne conflict heeft ook energie nodig en dat moet dan weer ergens anders gehaald worden.  Energie die dan niet meer inzetbaar is voor je openheid, je weerstandsschild.  Hetzelfde met een afstompende baan die je alleen maar doet omdat het moet.  En zo zit het leven vol met conflicten die je openheid beperken.  Daar moet je een keuze in maken, liefst voor het te laat is.   Als je ziek bent, dan ben je dus al te laat.  Dat is ook iets wat je leert bij de vechtsport.  Als iemand me vraagt hoe hij / zij uit een nekklem kan komen.  Dan antwoord ik steevast: kijk eerst eens hoe je in die nekklem terecht bent gekomen, want zit je in die nekklem dan heb je duidelijk daarvoor al iets verkeerd gedaan.  Je moet leren de juiste keuzes maken voordat iets gebeurt.  En in dat opzicht is gezond zijn dan weer wel moeilijk.  Het is makkelijk omdat het neerkomt op keuzes maken maar het is moeilijk voor mensen omdat veel mensen die keuzes niet willen, kunnen of durven maken. Ze zijn bang om bewust te leven, vaak wil men dat iemand anders voor hen keuzes maakt.  Dat iemand anders verantwoordelijk is.

Is dat een gebrek aan vrijheid?

Vrijheid is net als bij een auto, er zit in een gaatje in de benzinetank en je stopt het gaatje dicht, dat is alles.  Maar je moet jezelf wel vuil willen maken om onder die auto te kruipen en daar is waar het vaak aan schort.  In mijn lessen leg ik de nadruk op twee dingen.  Het eerste is het achterwege laten van morele oordelen.  Je mag iets heus wel leuk of vervelend vinden maar wil men er wat over zeggen doe het dan zonder moreel waardeoordeel.  Een klein voorbeeld: iemand die voor jou een klootzak is, is voor een ander misschien een held, dus wie bepaalt dat?  Of iemand die vandaag een klootzak is voor jou kan misschien morgen je held zijn, dus het is ook nog eens tijdelijk.  Leren neutraal kijken naar dingen is heel belangrijk en dat moet je ook leren tijdens bv. je Qigong training.  Je ervaart allerlei dingen, ok.  Observeer dat, maar geef er geen waardeoordeel aan.  Het tweede is “Ja maar”: daarmee geef je eigenlijk aan dat je de adviezen van de ander niet wil horen, dat je in je ego gekrenkt bent, enz…  Vermijd dus “ja maar”, gooi het uit je vocabulaire.  Dan hoor en leer je meer.  Let eens op je omgeving en bemerk hoeveel mensen het gebruik van die twee woorden steevast in hun routine hebben.  Die dingen moeten er uit.

Je geeft ook acupunctuur behandelingen, dat heb je gestudeerd.   Was dat ter ondersteuning van je training?

Ik was daar vanuit mezelf wel mee bezig ja.  Tai Chi en Qigong hebben nl. veel overlap met de Chinese medicijnleer en met ‘neidan’ (interne alchemie),  dat kom je ook tegen in de teksten dus daar moest ik iets meer van weten.  In eerste instantie was ik Tuina gaan studeren maar de school waar ik studeerde verplichtte het om eerst acupunctuur te doen.

Iets wat ik toen niet erg apprecieerde maar waar ik achteraf uiteraard geen spijt van heb gehad.  Uiteindelijk heb ik daar ook mijn eigen weg in gevonden.  Dat zit in mijn aard, ik duik de boeken in, ga onderzoeken en kom zo tot een manier van werken wat voor mij het meest gunstige lijkt.  Als je een boekentip wilt: de Neijing en de Nanjing, dat zijn de grote twee.  Maar ook met de acupunctuur had ik het gevoel dat er iets niet helemaal goed zat.  Dus ik ging terug naar mijn professor vanop de Universiteit.  Die vroeg toen aan mij: je weet toch dat die acupunctuur niet echt is hé?  Ik snapte er niks van.  Toen legde hij me uit dat acupunctuur eigenlijk in de 17e eeuw zowat uitgestorven was en dat er sindsdien ook geen verslagen meer waren van bv. behandelingen.  De acupunctuur die nu onderwezen wordt is als het ware opnieuw uitgevonden, dat was na 1930 en later, na 1949, ook onder het communistische bewind.  Dat ben ik uiteindelijk gaan onderzoeken en het bleek dus dat hij hierin gelijk had.  Na de opkomst van het Westerse denken in China aan het eind van de negentiende en begin van de twintigste eeuw bestonden er alleen nog kruidenopleidingen. Dan kwam burgeroorlog, de wereldoorlog, alles ligt even stil en Mao Zedong die pakt dat eigenlijk weer op maar zelf is hij bv. nooit naar de acupuncturist gegaan.  Zijn persoonlijke arts was gewoon een Westers geschoold persoon.  Bij het heruitvinden van de acupunctuur hebben ze de diagnostiek gebruikt van de kruidengeneeskunde.  Die legt de link met de organen, terwijl bij acupunctuur het in eerste instantie gaat over de staat van de meridianen.  Als bloed en qi vrij kunnen stromen dan is de patiënt gezond, zo simpel is het.  Je kunt hele interessante informatie vinden in boeken die handelen over oa. de balance methode en het palperen van de meridianen.

Ik hoor je vaak terughalen naar het bestuderen van klassieke teksten, vind je dat een noodzakelijk iets om verder te komen in je krijgskunstbeoefening?

Ja, dat is ook de traditie.  Uiteraard heb je soorten teksten, sommige teksten die zijn eerder reclame verhaaltjes dan echt serieus werk maar anderen zijn dan weer heel waardevol.  Die laatste teksten zijn vaak op vers.  De lestraditie was nl. zo dat terwijl de student de beweging oefende, de leraar de theorie reciteerde, vandaar dat het op vers stond.  In sommige Kungfu-films uit de jaren ’70 kom je dit af en toe nog tegen.

Je wilt uiteindelijk een oude kunst leren begrijpen door ook de tijdsgeest te begrijpen.   Als je kijkt naar bv. Taiji, dan heeft die nu een heel ander karakter dan die toen had.  Yang Luchan, de grondlegger van de Yang stijl Taiji, was een beer van een vent.  Je had vroeger zoiets als een Keizerlijk examensysteem voor legerkandidaten.  Die examens kenmerkten zich door bepaalde verplichte oefeningen, zoals het gebruik van de een verzwaarde guandao.   Zo’n ding kon wel tot 120 kg wegen.  Hetzelfde als de sleutelsteen – een soort kettlebell zeg maar – waarmee dan allerlei zwaai oefeningen werden gedaan.  Deze oefenmethodes werden in vrijwel alle krijgskunstscholen onderwezen en ook door Yang Luchan getraind.  Het waren heus geen softe mensen, daar heb je enorme kracht voor nodig.  Hetzelfde geldt voor de Qigong die we nu kennen.  Met het woord ‘Qigong’ werd van oudsher verwezen naar (het doen) circuleren van Qi.  Qigong als specifieke oefenmethode zoals wij die nu kennen die stamt van pakweg 1900.  Daarvoor had je natuurlijk allerlei gezondheidskunsten die wel heel ver terug gaan in de tijd.  Een voorbeeld is daoyin, een verzamelterm waar bijvoorbeeld de baduanjin en de wuqinxi (Vijf-Dieren-Spel) onder vallen  Nu is Qigong vnl. een verzamelnaam voor allerlei vormen, maar een Daoyin is iets heel anders dan een Qigong.  Uiteraard zitten er gemeenschappelijke kenmerken in maar ook zaken die tegenstrijdig zijn.  Zo wordt de Daoyin gekenmerkt door het overstrekken van de ledematen, iets wat je bij Qigong niet terug vindt.

Hebt u nog drie tips voor onze lezers ter bevordering van gezondheid en welzijn?

  1. Stop met waardeoordelen en stop met “Ja maar”
  2. Wees altijd open
  3. De gevolgen van 1 & 2 – Los die zelf op, neem je eigen verantwoordelijkheid.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *