Guasha Santai

Guasha Santai is een opleidingsinstituut met verschillende locaties in Nederland.  Ze zijn koploper op het vakgebied en door hun specialisatie in deze bijzondere techniek een echte aanrader om opgeleid te worden tot Guasha Therapeut.  Naast begeleiding van de afgestudeerden verzorgen ze ook een ruim aanbod aan cursussen en bijscholingen.  Het instituut staat onder leiding van Dhr. Harris Sleegers.  Guasha is een eeuwenoude schraaptechniek uit Zuid-Oost Azië die voor een breed assortiment aan klachten en aandoeningen kan ingezet worden.  Eind 2018 mochten wij Dhr. Sleegers interviewen over deze unieke techniek.  Uit nr. 9 van het CNYS-magazine.

INTERVIEW Harris Sleegers

Mijn naam is Harris Sleegers. Ik ben guasha docent en – therapeut en tevens eigenaar van het opleidingscentrum “Guasha Opleidingen Santai”.  Mijn vader komt uit Indonesië en mijn moeder uit Nederland. Ik kende de schraaptechniek al sinds ik heel jong was. Omdat ik wel vaker last had van een verkoudheid, smeerde mijn Indische oma toen regelmatig mijn rug in met Kava Putih olie en ging dan met een munt aan het schrapen (Kerok). Dat vond ik heel erg onaangenaam, het was pijnlijk, en kon me niet inbeelden dat dit later tot mijn levensdoel zou gaan behoren.  Door de tijd heen, kreeg ik steeds minder behandelingen met de munt. Je wordt ouder en je pad gaat verder. Rond mijn twintiger jaren hield ik me vnl. bezig met yoga en gaf ik een aantal jaren les. Rond mijn 40e kwam die behoefte om met mensen bezig te zijn, terug. Maar nu wou ik mij vooral richten op mensen vrij maken van klachten. Via allerlei omwegen ben ik bij Shiatsu terecht gekomen en werd ik Shiatsu therapeut. Ook dat heb ik een aantal jaren gedaan maar de beperkingen in het oplossen van problematiek frustreerden mij en dus ging ik verder op zoek.

In die zoektocht kwam ik via een Amerikaanse website op ‘scraping-therapy’ terecht. Dat bracht meteen de herinnering aan mijn oma terug. Deze maal kreeg ik echter meer inzicht in de achterliggende theorieën en besefte, dat wat mijn oma deed voor veel meer gebruikt kon worden dan enkel het voorkomen van een verkoudheid of bij spierpijnen. Dat triggerde mij en daar heb ik me verder in verdiept. Dat was zo rond het jaar 2000. Uiteindelijk kwam ik in Amsterdam terecht bij een Chinese mevrouw die in haar huiskamer kleine groepslessen organiseerde. Na die ervaring liep mijn pad naar Mannheim in Duitsland om bij Mevrouw Wang, die cursussen gaf samen met Dr. König – les te volgen.  Daarna kwam ik via correspondentie met Professor Lu uit Helsinki steeds meer te weten over de achtergrond en werking van Guasha.  Op een gegeven moment had ik dermate veel kennis verzameld dat het tijd werd om echt aan de slag te gaan. Dat heb ik dan ook gedaan via mijn shiatsu-praktijk. Ik ging mijn kennis van guasha, Chinese geneeskunde en shiatsu combineren en ik begon zo veel mogelijk de guasha te introduceren bij de cliënten die in mijn praktijk kwamen. Tenslotte was het meer guasha dan shiatsu wat ik in mijn praktijk gaf. In die eerste 5 jaar heb ik enorm veel ervaring opgedaan en leerde ik om steeds meer informatie te halen uit wat ik zag als gevolg van de behandeling.  “Ik kreeg een eigen visie en ontwikkelde eigen technieken. Zo kwam het dat ik uiteindelijk werd gevraagd om les te geven. “  Na lang aandringen heb ik in 2007 toegezegd en zo zijn we hier, 11 jaar later, waar ik zo’n 80 cursussen per jaar geef en meer dan 1000 mensen in Nederland en België heb opgeleid.  Al jaren liep ik met de gedachte rond dat er geen Nederlandstalig boek was over Guasha en dat als ik ooit de tijd zou hebben, een poging zou wagen om hier aan te beginnen. Tenslotte is dat boek in 2017, in samenwerking met Dorine Erkens, tot stand gekomen.

Wat is Guasha?

Beknopt uitgelegd:  99% van onze aandoeningen en ziektes heeft te maken met het aanwezig zijn van afvalstoffen in ons lichaam.   Hoe groter die berg afvalstoffen, des te minder de doorstroming van Qi en Bloed, en hoe zieker iemand wordt. Zowel lichamelijk als geestelijk.

“Guasha is een techniek waarbij olie op de huid wordt aangebracht

en met een gepolijste schraper, vaak steen of metaal, wordt het lichaam behandelt.”

De huid blijft intact, daar zorgt oa. de olie voor. Onder-huids treed er een soort zuigeffect op. Op de plaatsen waar veel afvalstoffen zitten heb je slechte doorbloeding.  De capillairtjes, de kleine haarvaatjes, zitten vol met afvalstoffen, toxines. Daardoor zijn de wandjes van de haarvaatjes erg zwak geworden. Blijf je op die plaatsen de techniek herhalen op een zachte manier, dan wordt er als het ware gezogen aan de bloedvaatwandjes. Alléén op die plaatsen waar veel toxines zitten breekt zo’n wandje even, komt er een druppeltje bloed vrij en dat is een sein voor het lichaam om via het lymfesysteem dat gebied op te ruimen.  Dat is wat guasha in de basis doet, het zorgt er voor dat afvalstoffen worden losgemaakt en opgeruimd. Daardoor verminderen klachten en krijgen mensen meer energie. Guasha kun je voor alle mogelijk denkbare aandoeningen inzetten.

Schraapt u altijd de rug?

Nee, afhankelijk van de klacht kun je dit ook toepassen op armen, benen, handen, voeten, buik of borst. Hoewel de rug wel een centrale rol inneemt vanwege de reflexzones van onze organen, die op de rug aanwezig zijn.  Guasha is heel bijzonder in die zin dat de therapeut een diagnose kan stellen tijdens of na de behandeling.  Dus behandeling en diagnose ineen. Door het wel of niet verschijnen van onderhuidse bloeduitstortingen, kan men veel van het lichaam te weten komen. Maar niet alleen waar zij verschijnen, maar ook de kleur en andere factoren vertellen je over het probleem van het orgaan of de bijbehorende emotie die de klacht veroorzaakt. Vanwege de reflexzones is het dus zo dat je als het ware het gehele lichaam behandelt als je de hele rug hebt behandelt.

Betekent dit dat de behandeling zich richt op puur lichamelijke klachten?

Nee. Het hele proces is een samen-spel van therapeut en patiënt. Je geeft mee wat er in het lichaam speelt en de persoon gaat met die informatie aan de slag. Vaak ligt emotie aan de grondslag. Alles wat je hebt meegemaakt ligt namelijk opgeslagen in het lichaam. Met guasha maak je dus bepaalde informatie los en dat is onderdeel van het genezingsproces waar je samen in gaat. Je ziet ook dat mensen gedurende zo’n traject echt een transformatie kunnen doormaken.  Die transformatie zet zich vaak voor lange termijn door. Mensen blijven dan ook de behandelingen voortzetten ook al zijn ze al lang van de initiële klacht af.

Hoe ziet zo’n traject er uit?

Uiteraard is dat afhankelijk van de klacht maar standaard genomen wordt er 1x per 2 weken behandeld. Tenminste als er geen zware acute of chronische klacht is. Hoe lang dat voortduurt is iets wat je moet afwachten. De impact van de behandeling hangt sterk samen met de levensstijl van een persoon. Als ik bv. met guasha een persoon behandel vanwege stress klachten maar die persoon bouwt diezelfde klachten steeds weer opnieuw op, dan kun je wel even bezig zijn. Het is dus ook een kwestie van bewustwording tot stand brengen bij de cliënt. Guasha is tenslotte een holistische vorm van behandelen. We hebben dan ook therapeuten werken op allerlei fronten. Met kinderen, criminaliteit- en drugs-problematiek als het gaat om het maken van die mentale switch, maar ook mensen met ernstig chronische ziektes of verlammingen. Het zijn dus zeker niet alleen mensen met een stijve nek die baat hebben bij guasha.

Hoe zit het dan met de diagnostiek?

Diagnostiek gebeurt dus tijdens het behandelproces. We leren onze cursisten kijken naar wat ze zien, het is dus een vorm van na-diagnose. We doen ook een voor-diagnose aan de hand van vraagstellen en temperatuur voelen enz… maar de belangrijkste diagnose is de behandeling zelf.

Ik leer de cursisten in anderhalf jaar meer voelen met die steen dan je met je eigen vingers kunt voelen, dat is mijn taak.

Dat betekent dat je voelt hoe het lichaam in elkaar zit, waar de blokkades en verklevingen zitten.”

Daarnaast kijk je naar de mate en locatie van verkleuringen. Het is op zich een eenvoudige methode, de kracht van guasha zit in zijn eenvoud.

Hoe ziet de opleiding er uit?

Je hebt één cursusdag per 8 weken. In totaal zijn er 9 cursus dagen (binnenkort worden dat er 10). In die 8 weken is het een kwestie van het geleerde in je vingers krijgen. Er zijn opleidingen die bv. 3 weekenden na elkaar doen maar in zo’n korte termijn kun je nooit de ervaring en kunde opdoen die nodig is om effectief te leren schrapen. Je moet een bepaalde gevoeligheid ontwikkelen en daarvoor heb je een hele hoop ervaring nodig. Die ervaring wordt bij ons ook echt getest.  Na 1,5 jaar volgt er een examen en ja er zijn ook cursisten die niet slagen voor het diploma. Maar ook al ben je na die periode geslaagd, dan begint het pas. Dat is het moment waarbij je in contact komt met de meest uiteenlopende ca-sussen. Ook dan zijn wij er voor onze cursisten.  Via mailverkeer en nascholings-dagen ondersteunen wij onze therapeuten bij het uitbouwen van hun expertise.

Het praktijkgedeelte is dus erg belangrijk. Wat voor theorie komt erbij kijken?

Natuurgeneeskunde, guasha en Chinese geneeskunde. Denk aan de vijf elementen leer, de meridianen, yin yang filosofie. Dat is zo wat de basis die je leert. Daarnaast hebben we dan allerlei bijscholingen om jezelf verder te ontwikkelen, zoals emotie-regulatie en Basiskennis TCM. Die bij-scholingen zijn enkel toegankelijk voor mensen die hier zijn opgeleid. De basis opleiding zet nl. een bepaalde visie uit en die visie trekken we door in de verdieping.

U vermeld het meridiaan systeem, wordt er daarbij in de richting van de meridiaan geschraapt?

Nee, bij guasha ben je immers minder bewust bezig op het niveau van de richting van energie-stroming. Het is een belangrijk aspect maar niet zo belangrijk als bv. binnen de acupunctuur.  Tijdens de behandeling focus ik me op mijn gevoel. Ik probeer vnl. de stroom op gang te brengen, het maakt niet uit waar je begint zolang je maar begint. Zorg dat het gaat stromen. Wie ben ik om het te gaan manipuleren, het lichaam zal het wel zelf oplossen. Het gaat om dat zelfhelend vermogen activeren.  In de Chinese filosofie is er een gezegde:  alles wat niet in het lichaam thuis hoort, wordt afgevoerd van boven naar beneden.   Zo simpel is het, dat is weer die eenvoud. Dat basis idee volg ik. Verder heb ik een heel eigen visie ontwikkeld op basis van mijn 18 jaar ervaring.

Wat onderscheid uw opleiding van andere aanbieders?

De tijdsduur van de opleiding, namelijk anderhalf jaar. En het betaalsysteem.  Bij ons betaal je nl. niet voor de gehele opleiding maar per module dat je aanwezig bent. Dat betekent dat je zelf je traject kunt bepalen en dus ook hoe ver je daarin wil gaan.  Het voordeel daarvan is dat mensen die de rit uitmaken ook echt ge-motiveerd en gepassioneerd zijn door wat ze doen. Ze oefenen en ontwikkelen hun vaardigheid tot in de puntjes. Dat zorgt ervoor dat iedereen die bij ons afstudeert als Santai Guasha therapeut ook echt zijn vak heeft geleerd. Het is een kwaliteitsgarantie voor onze afge-studeerde therapeuten en het is een mooie kans voor mensen die minder gepassioneerd zijn om toch kennis te kunnen maken met de techniek.

Heeft u nog 3 tips om gezondheid en welzijn te bevorderen?

1. Zoek een goede guasha therapeut . Men kan het ook preventief gebruiken.

2. Probeer met zo weinig mogelijk stress te leven.

3. Wees gelukkig en dankbaar voor dat wat je hebt.

Hong Tong Wu

Thee heeft ondertussen zijn welverdiende plek binnen onze Westerse gezondheidscultuur verdient.  Toch bestaan er nog veel misvattingen over wat thee is en waarom het nou net zo goed voor je is.  Hong Tong Wu van het Amsterdamse theehuis Tea’s Delight kan je er alles over vertellen.  In het gezellige winkeltje aan de Kinkerstraat kun je terecht voor een heel scala aan echte Chinese thee.  Niet alleen kun je de thee kopen maar je kunt ook aan de hand van workshops leren hoe je nou echt thee zet en proeft.  Hong Tong Wu ontvangt je met open armen en is altijd bereid om je meer uitleg te geven over zijn passie.  In dit artikel uit het CNYS magazine nr. 8 uit 2018 doet hij dat ook.  Veel leesplezier.

INTERVIEW Hong Tong Wu

Hallo mijn naam is Hong Tong Wu.  Mijn zus en ik hebben een theehuis genaamd Tea’s Delight in Amsterdam. Mensen kunnen bij ons gezellig een kopje thee komen drinken of thee en ‘tea-ware’ kopen om zelf thee te zetten.  Daarnaast ver-zorgen wij ook workshops en ‘tastings’, dit allemaal om de theecultuur te verspreiden.

Hoe zijn jullie daartoe gekomen?

Wij zijn met thee opgegroeid.  We komen uit Guangdong.  Een regio waar de theecultuur het meest vergevorderd is.  Mensen drinken daar al eeuwen thee, zo een beetje de hele dag door.  Een aantal familieleden en -relaties van ons werken dan ook op theeplantages, waar we ook een aantal thee-soorten bij inkopen. Daarnaast ga je jezelf erin verdiepen. Je leest wat, je bezoekt theeplantages, je leert thee masters kennen en zo ontwikkelt zich dat verder.

Wat houdt dat in, Gong Fu Cha?

Cha betekent thee. Gong Fu zou je kunnen vertalen als ‘vaardigheid door oefenen’.  Het gaat dus over je vaardigheid om thee te zetten.  De manier waarop de thee wordt gezet bepaalt immers mee hoe die smaakt.  Bij Gong Fu Cha zetten we thee als volgt. De blaadjes gaan in de Gaiwan – letterlijk vertaald is dat deksel met kommetje.  Vroeger dronken mensen ook rechtstreeks uit de Gaiwan. De deksel houdt de blaadjes dan tegen, zodat je geen theeblaadjes mee drinkt. Je eerste en laatste slok smaken dan wel anders, omdat de thee die het dichtst en het langst bij de theeblaadjes zit, een intensere smaak krijgt. Vandaar dat we de thee eerst uitschenken in de Gong Dao Bei, het eerlijkheidskopje, om te mengen.

Vanuit de Gong Dao Bei schenken we de thee dan in theekopjes, die zijn heel klein in vergelijking met wat Nederlanders vaak gebruiken, een grote mok.  Het prettige van een goede thee is dat je deze  meerdere malen kan zetten, waarbij de smaaktonen bij iedere schenking net iets anders is. Kleine theekopjes zijn in dat opzicht dus handiger. Theekopjes zijn altijd van porselein of van glas.  De buitenkant van het kopje kan rijk versierd zijn maar de binnenkant van het kopje is altijd wit,  tenzij bij doorzichtige kopjes uiteraard.  We willen namelijk altijd de kleur van de thee zien.  De kleur van de thee zegt veel over de kwaliteit.  Groene thee moet gewoon groen zijn, witte wit, enz..  Daarnaast heb je heel klassiek dat het randje van de kop wat vlakker is. Op die manier kun je makkelijker lucht bijvoegen, zodat je via je gehemelte de thee proeft. Dat heeft hetzelfde effect als wanneer er geslurpt wordt bij het wijn-proeven.

Welke factoren bepalen nog de kwaliteit van de thee?

De kwaliteit van de thee wordt bepaald door drie factoren: de kwaliteit van de theebladeren bepaalt voor grofweg 30% de smaak, 60% wordt bepaald door diegene die de thee verwerkt en de rest wordt bepaald door de manier van schenken.  De thee master, de theeverwerker, bepaalt dus een groot deel van de kwaliteit. Net als bij het koken, heb je een goede kok nodig om goede ingrediënten tot een lekker gerecht te maken.  Die theebladeren zijn afkomstig van de theeplant. Voor alle duidelijkheid, rooibos, munt, kamille, etc. zijn allemaal geen thee. Hier in Nederland hebben we de gewoonte om alles wat warm water is met een smaakje, thee te noemen. Dat is niet waar ik het over heb, als ik het heb over thee. Thee komt echt van de theeplant zelf.  In principe is er daar maar één van, net zoals er bij wijn maar één druif is.  Uiteraard heb je variaties van die druif maar het blijft een druif. Zo geldt dat dus ook voor thee. Dat onderscheid maken we hier heel duidelijk.  Dat wat mensen kennen als ‘thee’ noemen wij tisanen. Dat komt omdat thee heel specifieke eigenschappen heeft wat tisanen niet hebben.  De theeplant heet de ‘Camellia Sinensis’ waarvan er twee hoofdvariëteiten zijn: de ‘Camellia Sinensis Sinensis’ en de ‘Camellia Sinensis Assamica’.  De Assamica heeft grote bladeren die als in het wild een boom is.  Deze groeien overal: India, Kenia, Portugal, Engeland, etc.. De Assamica gebruiken we in China maar voor één soort thee en dat is de Chinese zwarte thee of Puerh, dat zijn gefermenteerde, gegiste theeën.  Chinese, Taiwanese en Japanse theeën zijn meestal gemaakt van de Sinensis.  Ook daar heb je natuurlijk door cultivatie heel veel varianten in.

Thee schijnt goed te zijn voor de gezondheid – kun je ons daar wat meer over vertellen?

Laten we beginnen met het lichamelijke.  Het unieke aan thee is dat het heel veel antioxidanten heeft.  Deze beschermen je lichaamscellen.  Tot wel 1/3 van het gewicht van thee bestaat uit antioxidanten.  Vandaar dat thee in het begin als medicijn werd gebruikt.  Toen werd de thee ook vermalen, want als je het als medicijn wilt gebruiken, dan wil je het zo snel mogelijk kunnen opnemen.  Op die manier werden de theeblaadjes dus ook echt ingenomen.  Dat noemen we matcha.  Een eenvoudige toepassing van thee als medicijn is bij kiespijn. Je kan dan op theebladeren gaan kauwen. De detoxerende werking van de theebladeren doodt de bacteriën.  Daarnaast heeft thee de bijzondere eigenschap dat het geurtjes neutraliseert, het verwijdert de slechte  adem.  Het tweede element wat bekend is, is caffeïne. Mensen noemen dat wel eens theïne maar dat is dus gewoon caffeïne.  Ter referentie: koffie heeft ongeveer drie keer zo veel caffeïne als thee.  Waar wel het onderscheid in zit, is dat het bij koffie om ‘kale’ caffeïne gaat.  Het gaat meteen je lichaam in. Je voelt het shotje en na anderhalf uur is het voorbij.  Caffeïne in thee is gebonden. Er zitten andere elementen omheen waardoor je lichaam meer tijd heeft om het af te breken.  Daar zit het verschil.  Het heeft wel een opwekkende werking maar dus niet zoals die van koffie zelf.   In China zie je mensen een hele dag door thee drinken zonder dat ze daarbij hyper worden, geen hoge bloeddruk of hartkloppingen zoals je bij een hele dag koffie wel kunt krijgen.  Waarom nu die verwarring met theïne?  Thee heeft nog een derde element dat wel uniek is voor thee en dat is theanine.  Caffeïne is een stimulant, terwijl theanine een rustgevend element is. Beetje zoals yin en yang.  Theanine haalt de negatieve effecten van caffeïne enigszins weg.  Monniken in Tibet drinken bijvoorbeeld vaak thee voor het mediteren. Dit geeft hen een kalme alertheid.  Dan kom je gelijk bij het andere aspect van thee en dat is de geestelijke werking.  Je ervaart dus een vorm van heldere rust.  Die rust wordt tevens bevordert door het thee zetten zelf.  De hele setting van thee drinken bevordert dat.  Als je dan nog een stap verder gaat daarin zie je dat thee drinken ook een hele sociale aangelegenheid is. Een mens is niet alleen een biologisch wezen, het is ook een sociaal wezen. Thee en de hele cultuur eromheen bevordert dat sociale, het ’community-gevoel’.

Kent thee een plek in de Chinese geneeskunde?

Nee.  Tot de Tang dynastie werd matcha, thee in poedervorm, wel als medicijn gebruikt.  Maar Chinese thee heeft zich verder ontwikkelt als een echte losse thee, waarvan het aftreksel een dagelijks drankje is geworden.  Je kunt het meer zien als onderhoud.  “Het is niet zo krachtig als farmaceutische middelen.  Het hele thee drinken met de cultuur van het zetten en samenhorigheid bevordert natuurlijk wel de gezondheid, maar het is niet perse een geneesmiddel. “

Toch wordt wel eens gezegd dat bv. rode thee goed is bij maagpijn, is dat dan een fabeltje?

Nee, zeker niet.Thee heeft wel degelijk een effect en er zit ook verschil tussen een groene of zwarte thee.  Een groene thee is wat simpeler te maken: droogrollen, verhitten en ‘that’s it’ – een rode thee moet je bijvoorbeeld helemaal uit laten oxideren.  Gefermenteerde of gegiste thee bestaat ook.  Het hele proces heeft invloed op zowel de smaak als werking van de thee.  Een groene thee is meer voor de antioxidanten.  Zwarte thee en rode thee bevorderen meer de spijsvertering.  Die moet je dan ook niet snel op een lege maag gaan drinken.  Dat voel je, zeker bij wat oudere Puerh.  Het wordt ook vaak gebruikt bij gerechten.  Groene thee met garnalen bijvoorbeeld waar de thee zorgt voor de frisheid.  Een heel bekend gerecht met is eend met Puerh, waar de Puerh enigszins het vet gaat oplossen.  Dergelijke zaken zie je veel terug in Chinese keukens.

Thee heb je in allerlei prijsklassen; waar zit het verschil?

Ten eerste, laat je nooit leiden door de prijs als je wat koopt.  Ontwikkel je smaak en ga daar op af.  Maar er zijn inderdaad soms hele grote prijsverschillen.  Dat hangt in eerste instantie van de theemaker af.  Zoals ik al zei hangt 50 – 60% van de smaak hangt af van hoe het verwerkt is.   Daarnaast heeft het ook te maken met de kwaliteit van de theebladeren.  Net zoals andere planten en dieren, smaakt de thee beter als de theeplant onder zwaardere omstandigheden leeft.   Thee die op hoge bergen groeien bijvoorbeeld. Op die hoogte, zeg minimaal duizend meter, worden ook geen insecticides gebruikt, omdat daar minder insecten aanwezig zijn.  Niet alleen de hoogte is belangrijk maar ook de plek zelf.  Sommige theeplanten groeien op hele onvruchtbare rotsen, die hebben meer tijd nodig om te groeien.  Of in een dal waar ze slechts een paar uurtjes per dag zonlicht krijgen.  Oudere planten zijn ook rijker aan smaak. Zij hebben een veel uitgestrekter netwerk aan wortels en halen dus meer voeding uit een groter stuk bodem.   Theezakjes gebruiken meestal de onderste delen van de theeplant.  Die gebruiken wij nooit. We gebruiken de bovenste eerste tot misschien het vierde theeblad  Oude theeplanten die op hoge bergen, op of tussen rotsen groeien, waarvan we alleen de bovenste vier bladeren gebruiken voor thee. Uiteraard heb je er hier niet heel veel van, waardoor de prijs hoger zal liggen.

Hebt u nog 3 tips voor een goede gezondheid?

  1. Doe niet wat ongezond is. Gezondheid is een heel complex iets.   Daarom is het vaak moeilijk om te weten wat nu wel of niet gezond is.  Maar wat ongezond is, dat weet iedereen.  Als je daar nu begint, dan kom je al een heel eind.
  1. Maak van thee drinken een gewoonte.  Neem de tijd voor het drinken van thee.  Neem tijd voor jezelf. Elke dag even niks doen.
  1. Doe het samen.  Niet zomaar even thee drinken om de thee.  Maar het samenzijn.  De cultuur van het thee drinken.

 

.

Theo de Gelaen

Grootmeester Theo de Gelaen is een expert in de technieken van Dim Mak – ofwel Death Touch.  Al zijn hele leven is hij gefascineerd door energie in al zijn aspecten.  Zowel de energie in materiële toepassingen die geregeld wordt door de wetten van ondermeer Newton en Einstein, maar ook de menselijke energie zoals die vooral in het Oosten bestudeerd wordt als het fenomeen Qi.  Naast zijn opleiding in Dim Mak kun je bij hem terecht voor qigong opleidingen.  Daarnaast is hij thuis in de wereld van geneeskrachtige kruiden en planten.  Naast zijn hoofdvestiging in Lommel kun je terecht op meerdere locaties, online studeren of gewoon via zijn hele reeks aan instructie DVD’s.  Leer meer over Fajin en de roots van dim mak in zowel Taiji als karate in dit boeiende interview uit ons CNYS-magazine. [nr. 8 – 3e KW 2018]

INTERVIEW Theo de Gelaen

“Mijn naam is Theo de Gelaen en ik ben al meer dan 40 jaar bezig met Qigong.   Qigong is voor mij ontstaan uit het martiale.  In mijn jeugd hield ik me bezig met allerlei krijgskunsten: judo, jiujitsu, karate, enz…  Vanuit het karate werd er altijd gesproken over Ki en Ki-ai, maar er was niemand die me echt duidelijk kon uitleggen wat Ki was.  Dat fascineerde mij.  In mijn zoektocht naar antwoorden kwam ik bij een oudere vrouw die vnl. Taiji deed en in de marge daarvan Qigong.  Bij haar ben ik les gaan volgen en toen zij kwam te overlijden heb ik haar school overgenomen.

Gelijklopend ben ik vanuit de martiale wereld geïnteresseerd geraakt in de studie van de drukpunten.  Dim mak of Death Touch.  Westers gezien heb ik neurologie, toegepaste psychologie en quantumfysica gestudeerd, ik was dus wel al langer bezig met het gegeven van energie.  Mijn leraar zei altijd:

First learn to make it, then learn to break it.”

Toen ik op een stage een meester aan het werk zag met Dim Mak, merkte ik dat hij qigong gebruikte.  Waar wij vnl. stoten vanuit fysieke kracht zag ik dat hij dit deed vanuit ontspanning, een heel losse kracht. Zo ontdekte ik dat om een goede Dim Mak uit te voeren, je Fajin nodig hebt.

Fajin is het uitwisselen van energieën en het genereren van explosieve kinetische energie. 

Daarna ben ik intensief qigong gaan bestuderen.  Ik merkte meteen dat leerlingen die qigong beoefenden, veel sneller evolueerden in het toepassen van Dim Mak. Vandaar dat we ook binnen de organisatie besloten om qigong verplicht te maken voor iedereen die Dim Mak wil studeren.

Binnen jullie academie onderwijzen jullie dus Dim Mak – wat is dat precies?

Dim Mak is een manier van overbrengen van krachten en die op een bepaalde plek zijn werk laten doen.  De meeste mensen kennen het vanuit de film ‘Bloodsport’ met Jean-Claude Van Damme.  Dim Mak gaat over transitie van energie. Het ontstaan van Dim Mak wordt gerelateerd aan het ontstaan van Taiji.  Dit is ontwikkeld door Zhang Sanfeng (rond 1300), dat was een shaolin monnik en acupunctuur meester.  Hij vroeg zich af of de punten die hij gebruikte om mensen te genezen ook gebruikt konden worden om uit te schakelen.  Omdat hij ook martiaal onderlegd was, was het niet onlogisch dat hij deze gedachtegang maakte. Een legende vertelt dat hij een deal had met de gevangenisbewaker zodat hij zijn technieken mocht uitproberen op gevangenen. De praktijk wees uit dat er wel vaker gevangenen stierven door zijn technieken en dat regelmatig met heel lichte aanrakingen.  Zijn leerlingen hebben deze technieken gedocumenteerd. Deze documenten waren in eerste instantie verloren gegaan tot een zekere Yang Luchan, die op dat moment in het Shaolin dorp van de Chen familie werkte, deze ontdekte en is gaan bestuderen.

Dat was de grondlegger van de Yang style Taiji?

Ja.  Elke beweging in de yang stijl vertegenwoordigt een puntencombinatie van Zhang Sanfeng.  Maar omdat Y. Luchan in het Chen dorp werkte en hij door hun gratie de studie kon doen, heeft hij die kennis gedeeld.   Tegelijkertijd is dus de Chen style ontstaan, vanuit hetzelfde document.  Alleen was de Yang stijl vloeiender en softer terwijl de Chen style explosiever was vanwege hun martiale achtergrond.  In allebei echter zit duidelijk Dim Mak.

Het grappige is dat sommige mensen beweren niet martiaal bezig te zijn wanneer ze Taiji beoefenen maar puur voor hun gezondheid werken.  Daarna maken ze met een smile op het gezicht de meest dodelijke technieken, alleen beseffen ze het niet.

Veel mensen weten dan ook maar weinig over wat ze aan het doen zijn.  Dat is voor ons altijd heel belangrijk geweest, dat we de link met het martiale blijven leggen.  Want via het martiale kun je toetsen wat het effect is van de punten die je gebruikt.  Bij heling is dat anders, je doet iets en je moet maar zien of het op termijn goed uitpakt.

Bij martiaal is het effect direct, iemand gaat neer of niet.

Zo zijn we van Dim Mak bij Taiji gekomen waarna Chinese monniken het naar Okinawa brachten.  Dit was aanvankelijk een deel van China tot het later door Japan werd geannexeerd. Via een mengvorm van kempo en de vechtstijl van de samoerai kwam karate tot stand, deze karate droeg dezelfde Dim Mak technieken in zich.  Het karakter van Kara-Te betekende in eerste instantie Tang Hand – vernoemd naar de Chinese Tang dynastie.  Dit werd later gewijzigd in “Lege Hand” gezien de verwijzing naar China niet goed zou vallen bij de Japanse bevolking. Okinawa stuurde rond 1920 Gichin Funakoshi naar Japan om hen de stijl aan te leren.  Omdat Okinawa dit onder lichte dwang van de Japanse keizer deed, stuurden zij G. Funakoshi  die slechts een 5e Dan was en nog niet de geheimen van de Dim Mak kende.

Er is dus een verschil tussen de karate van de lege hand en de oorspronkelijke karate van Okinawa?

Klopt. Eén van de grondleggers van de Okinawa karate was Sokon Matsumura die ook in China had gestudeerd en de Dim Mak technieken had meegenomen. In haast elke karate techniek zitten Dim Mak combinaties verborgen.  Dat is altijd zo geweest, maar werd pas op een hoger niveau aan de ouderen geleerd. Funakoshi kende deze technieken echter nog niet en zijn karate, de Shotokan – kent deze technieken dus niet.   De karate van Matsumura is via Hohan Soken naar het Westen gekomen. Eén van zijn leerlingen was George Dillman, een gekende karateka uit Amerika.  Hij was de eerste die Dim Mak vanuit het karate ging promoten.  Echter niet onder de naam van Dim Mak maar zoals Soken het noemde Kyusho-Jitsu.

Dat is ook wat u onderwijst Kyusho – Jitsu?

Ja maar Kyusho-Jitsu en Dim Mak zijn eigenlijk hetzelfde.  Alleen op Okinawa was dat meer naar de karate vertaald.  In het Kyusho-Jitsu zit wel het gebruik van de punten en de combinaties maar niet de Fajin.  De vertaalslag naar Dim Mak in de geschiedenis maken we dan bij de ruzie die Dillman kreeg met een martial arts journalist genaamd Erle Montaigue.  Toen Dillman op een nogal arrogante manier Montaigue zijn technieken demonstreerde wou deze Dillman een lesje leren.  Daarvoor had hij echter die technieken nodig.  Nu was Montaigue een fervent Taiji beoefenaar en zijn leraar heeft hem toen de oude geheimen van de Dim Mak doorgegeven. Het boek: ‘Encyclopedia of Dim Mak’ die hij toen schreef, is nog steeds het het meest lijvige en meest gekende werk binnen de Dim Mak.

Voor die Dim Mak heb je Fajin nodig.  Dat is een wat bekendere term voor velen, zou je die nader kunnen toelichten?

Dat is waar mijn verhaal begint.  Eerst heb ik Kyusho leren kennen en daarna ben ik via Montaigue het Dim Mak gaan studeren.

“Wanneer je als fysicus naar zoiets kijkt, merk je meteen wat het probleem is als je met fysieke kracht ergens tegen aan stoot. “

Je creëert een momentum of een impuls, je stoot tegen iets dat stilstaat, mijn impuls gaat over op het stilstaande object en dat wordt verplaatst. Dat neemt een deel van mijn energie weg, de energie van mijn stoot gaat dus over in verplaatsing en heeft daarom relatief weinig invloed.   Bij Fajin zit de kracht in de versnelling.  De 1e wet van Newton zegt, een lichaam in rust wil in rust blijven.  Je hebt extra energie nodig om dat te veranderen.  Maar de 2e wet zegt F=MxA – de kracht die ontplooit is de massa vermenigvuldigt met de versnelling. De versnelling is dus een cruciaal aspect binnen de Fajin, daarom dat je dat alleen vanuit ontspanning kunt doen.  Vandaar ook dat hoe kleiner het voorwerp, bv. de pols, hoe groter mijn versnelling kan zijn. Het Fajin is dus die ontspanning genereren en die plotse versnelling.  Uw qigong is het creëeren van een keten die de kracht moet overbrengen.  Daarnaast is het een wetmatigheid in qigong dat de qi gaat waar de aandacht of intentie gaat en op die manier stuur je dus ook die kracht.

Het gaat in qigong dus niet alleen om de ontspanning maar ook om het sturen van de qi?

De bedoeling is dat je de qi voor jou laat werken.  Gong betekent immers ‘werken met’.  Dat is zeer belangrijk binnen Fajin waar je gaat werken met de aardekracht.  Dat klinkt esoterisch maar in feite is het heel simpel.  Je hebt een neerwaartse kracht die – vanuit Westers perspectief naar beneden trekt, dat is de zwaartekracht. Maar je hebt ook een gelijkwaardige op-waartse elektromagnetische kracht  Die twee zijn altijd aan elkaar gelijk.  Als je een bal laat vallen en je houdt geen rekening met de luchtweerstand dan komt die op dezelfde hoogte terug. Gooi je nu die bal en vergroot je dus de neerwaartse kracht, dan komt die bal ook hoger terug want je krijgt een grotere opwaartse kracht.  3e Wet van Newton: actie is gelijk aan reactie.  Als ik wil springen, dan moet ik mezelf van de aarde aftrekken.  Dat is de 1e Wet van Newton, traagheid overwinnen.  Dat kost mij energie.  Ik duw mezelf nr de aarde, ik verhoog mijn opwaartse kracht waardoor ik vanzelf van de aarde kom, dat is je rebound gebruiken.  “De basis daarvan ligt op Nier 1 – het Yongquan punt onderaan je voet.  Je kunt energie genereren vanuit je bouncing (rebound) of vanuit je heup, daarna breng je het naar waar je het wil hebben.”

Dat leer je in uw qigong opleiding, zit daar dan een verschil in bij de Medische Qigong?

Het vloeit allemaal uit hetzelfde voort.  In de lessen leren we om de bouncing te gebruiken en we leren om de heup los te zetten.  Daarnaast leer je om onwillekeurige spieren te gebruiken.  Als je een gevorderd beoefenaar ziet bewegen dan ziet dat er heel soepel en gracieus uit, maar als je het dan zelf probeert blijkt dat helemaal niet zo makkelijk te zijn.   Dat komt omdat de gevorderde de bewegingen maakt met zijn interne onwillekeurige spieren, die spieren die je normaal niet kunt aansturen.  Daar dienen de grotere buitenste spieren voor, maar die kosten dus meer energie.  Je leert je lichaamsmechanica zo aan te sturen dat je die energie niet verliest en je interne spieren leert gebruiken.  Dat doe je vnl. door nadoen.  Op een gegeven moment gaan je hersenen opmerken dat je bewegingen maakt zonder dat je daarvoor die willekeurige spiermassa gebruikt.  Omdat de menselijke hersenen van nature zo zijn dat ze altijd controle willen hebben zullen zij zenuwverbindingen aanleggen zodat je ook die interne spieren kunt gaan aansturen.  Op die manier kun je een beweging vele malen maken zonder dat je moe wordt.

Dat heeft dan een positief effect op je Dim Mak?

Je kunt het zo zien:  Taiji, Karate, Dim Mak, .. Dat is als het spelen van muziek.  De qigong, dat is je notenleer.  Veel mensen willen meteen muziek spelen, logisch, dat is leuk.  Maar met je notenleer erbij kun je zo veel meer diepgang brengen in wat je aan het doen bent.

Heeft u nog 3 tips voor een goede gezondheid?

  1. Het allerbelangrijkste: een goede houding.  Of je nu ligt, zit, staat of beweegt.
  2. Ontspanning. Alles stroomt beter als je ontspannen bent.
  3. Mind. Richt je geest op dat wat je doet.

Nell van Hartevelt

Qigong in de strijd tegen kanker.  Een opmerkelijk verhaal van een gepassioneerde Nell van Hartevelt.  Vanuit de Stichting Guo Lin Qigong Nederland zette zij de opleidingen in deze unieke bewegingsleer op.  Naast de eigen lessen qigong en taiji heeft ze samen met haar dochter Anke de opleiding Kinder Taiji Docent opgezet.  Chang Qing Shui is dan weer een 2 daagse basis cursus Aqua Taiji.  Met andere woorden – meer dan de moeite waard om eens een kijkje te nemen.  Veel leesplezier. [interview uit CNYS magazine nr. 7 – 2e Kw 2018]

INTERVIEW Nell van Hartevelt

Mijn naam is Nell van Hartevelt.  Ik ben zelf begonnen met Taiji les in 1989 bij een leraar in Middelburg.  Ik was toen docent dansexpressie op basisscholen en was dus veel met beweging bezig.  In 1999 ben ik de BOCAM opleiding gaan doen en in 2004 ging ik voor het eerst naar China.  Toen ik in 2006 terug ging ben ik in aanraking gekomen met Guo Lin Qigong.  Sinds die tijd geef ik fulltime les.

Wat voor lessen geeft u?

Ik geef les op 12 verschillende locaties.  Sommige lessen zijn via Stichting Welzijn van de gemeente.  Lessen zoals valpreventie zijn erg populair om aan ouderen gegeven te worden en de basis van dergelijke lessen ligt veelal in de Taiji dus zo kwam de gemeente er bij om dan maar meteen over te schakelen op Taiji zelf.  Daarnaast geef ik les in samenwerking met een sporschool, daarvan is een les Aqua Taiji.  Verder heb ik ook egien groepen, Taiji en Qigong op verschillende niveaus.  Ook geef ik regelmatig lessen en lezingen bij bedrijven of instellingen. 

Naast het lesgeven bent u ook betrokken bij de Stichting Guo Lin Qigong, kunt u daar wat meer over vertellen?

Guo lin Qigong is een vorm die in eerste instantie was opgezet gericht op kanker patiënten.  Dat komt omdat mevr. Guo Lin zelf ziek was.  Later bleek het ook goed te zijn voor andere chronische klachten zoals hoge en lage bloeddruk, reuma of MS.  De Qigong bestaat hoofdzakelijk uit verschillende loopjes maar je hebt ook zittende of liggende varianten waardoor het ook voor mensen met ernstige bewegingsbeperking goed kan worden ingezet.

Wat is nu zo specifiek aan deze vorm van Qigong?

Dat is met name de ademhaling, de Xi xi hu ademhaling waarbij je 2x inademt na elkaar alsof je aan een bloem ruikt.  Daardoor haal je meer zuurstof binnen.  Zuurstoftherapie is iets wat wel vaker wordt gebruikt bij kankerpatiënten.  Doordat het bloed zuurstofrijker is worden de foutieve cellen efficiënter aangevallen.  Zelf vind ik het erg belangrijk dat mensen het gevoel hebben dat ze echt zelf kunnen bijdragen aan hun genezing in plaats dat ze puur overgeleverd zijn aan de artsen en de chemo.  Dat geeft een enorm gevoel van empowerment.

In welk format vinden die lessen plaats?

Dat kan heel verschillend zijn.  We hebben groepslessen en wandelgroepen, maar ook privé sessies.  Ik merk wel dat er steeds meer doorgestuurd wordt vanuit artsen en psychotherapeuten hier in de regio.  Die beginnen het ook te kennen.  Ze merken dan nl. verbetering op bij hun patiënten en wanneer zij vragen naar de oorsprong hiervan dan vertellen de mensen over wat ze hier doen.  Het enige wat wij kunnen doen is ervoor zorgen dat de mensen zich beter en sterker voelen, waardoor ze ook de reguliere behandeling beter aankunnen.  Dan ontstaat er van nature een samenwerking tussen Oost en West.

Zijn er meerdere mensen in Nederland die deze vorm van Qigong onderwijzen?

Er zijn inderdaad meerdere lesgevers in Nederland.  Eerst hebben we een Stichting opgezet om de Guo Lin Qigong te promoten en dan zijn we via die Stichting een opleiding gaan opzetten.  De volgende opleidng gaat alweer in augustus 2018 van start.  Deze opleidingen zijn geaccrediteerd door Zhong.  Dat is voor ons heel erg belangrijk, zo hebben mensen toch meer vertrouwen.

Wat houdt die opleiding in?

De opleiding duurde vooreerst steeds 14 maanden.  Ditmaal nemen we echter een iets andere aanpak en hebben we het teruggebracht naar 10 maanden.  We gaan van start met een volle lesweek van 30 lesuren.  De gehele opleiding is 84 docent contact uren en gemiddeld 4 uur zelfstudie per week gedurende een jaar.  We beginnen dus intensief waarna we gemiddeld elke maand een lesdag houden, in totaal 9 stuks, van 6 uur.  De opleiding kost 1500 euro.  In Juni is er dan een examendag.  Het is best een intensieve tijd want het betreft een hele hoop lesstof en die moet toch goed geoefend worden wil je het onder de knie krijgen.

Je vermeldde al dat de ademhaling een belangrijk punt is, wat kan ik nog meer verwachten aan lesstof?

Guo Lin Qigong bestaat vnl. uit verschillende soorten loopjes, hoewel er dus ook zittende of zelfs liggende varianten bestaan.  Op dit moment zijn er 9 loopjes die men moet leren.  Daar moet je al een goed onderscheid gaan maken want de ene zijn ‘xie fa’ of ‘bu fa’.  Dat betekent dat ze ofwel opvullen ofwel afvoeren.  Daarnaast heb je ‘San Kai He’ oefeningen, het driemaal openen van het dantien en de afsluitende oefeningen.  Een wandelsessie duurt een uur, de wandeloefeningen waarbij ook rotaties voorkomen, worden verder gecombineerd met ademhaling en het maken van geluiden.   Het hele systeem volgt de Chinese gezondheidsleer met meridianen, vijf elementen, voeding, enz…

Je geeft aan dat er onderscheid gemaakt wordt tussen soorten loopjes, hoe speelt dat een rol in je les?

Het kiezen van het geschikte loopje is een cruciaal aspect van je lesgeven.  Er zit nl. heel veel achter.  Iemand met een duidelijk excess moet je geen aanvullende oefeningen laten doen want dan wordt zijn conditie nog erger, dan kies je voor de afvoerende methodes.  Daarom nemen we ook alleen mensen aan die een bepaalde basiskennis hebben en het liefst ook al enkele jaren ervaring met Chinese bewegingsleer.  In eerste instantie moet er interesse zijn in het therapeutische proces.  De Qigong is tenslotte ontworpen voor kankerpatiënten en helpt daarbij ook bij andere chronische aandoeningen.  Enig inzicht in het ziekteproces is dan ook wenselijk.   Om een vb. te geven, bij kanker ga je niet masseren op de kankerplekken terwijl je dat met andere aandoeningen net weer wel wil doen.  Interesse in het therapeutische proces is cruciaal om een goede Guo Lin Qigong docent te zijn.

Zou u het omschrijven als een medische vorm van Qigong?

Ja, het is echt een vorm van medische qigong.  Je hebt dus mensen nodig  die daar voor open staan, die bij willen blijven met allerlei medische ontwikkelingen, die therapeutische insteek is echt noodzakelijk.  Zo wordt er binnen Guo Lin Qigong voortdurend gekeken naar hoeveel tumormarkers er in het bloed aanwezig zijn.  Aan de hand daarvan worden de oefening dan weer aangepast.

Doen jullie zelf die bloedmetingen?

Nee, dat gebeurt in samenspraak met de behandelende artsen.   We vragen aan de mensen om hun waardes betreffende de tumormarkers op te vragen.  We hebben allemaal tumormarkers in ons bloed want we hebben elke dag een aantal cellen die de verkeerde kant op willen groeien, die gaan woekeren.  Wanneer je zelf-genezend vermogen sterk is dan wordt dat vanzelf opgeruimd.  Kan je lichaam dat echter niet meer dan gaat iets woekeren, dan geven die tumormarkers meestal eiwitten af waardoor men kan zien dat je één of meerdere tumoren hebt.  Vaak is het dan noodzakelijk om bepaalde oefeningen nog twee tot drie jaar verder te zetten en via de follow-up controles observeren we dan of het nog steeds de goede kant op gaat.

Hebt u zicht op de werking van dat therapeutisch proces?

Allereerst is het belangrijk dat de patiënt het vertrouwen in het eigen lichaam en het zelf-genezend vermogen versterkt.  Bij Qigong bespoedigt de deelnemer het inwendige cellulaire omzettingsproces (ionenuitwisseling, ed.)  De kankercellen kunnen er behoorlijk door gestoord worden en zelfs vernietigd.  Het geïntensiveerde Qi kan vervolgens de afbraakproducten opruimen.  Door het herstel van het afweermechanisme wordt de bedreiging van de kankercellen minder.  Immers alleen in een weerloos mechanisme kan een gezwel groter worden, zich uitbreiden en veranderen.  Het is wetenschappelijk bewezen dat door de oefeningen verhoogde elektrische potentiële energie in het lichaam wordt geproduceerd, die ook nog sneller circuleert.  Dat kan de organen tegen uitzaaiing van de kankercellen beschermen.  De Qigong beoefening helpt de ziektehaard te isoleren, in te sluiten en uit te hongeren.  Daarnaast helpt de ademhaling voor een verhoogde zuurstofopname die de pathologische ademhaling van de kankercellen verhindert.  Patiënten merken bij het beoefenen al snel dat ze weer meer eetlust krijgen, beter slapen en minder pijn hebben.  Dat versterkt dan weer het vertrouwen in de verschillende therapieën.

Kunt u tot slot nog 3 tips geven aan onze lezers om het welzijn en de gezondheid te verhogen?

  1. Eerlijk leren kijken naar je lichaam en geest.
  2. Je eigen verantwoordelijkheid nemen om de nodige veranderingen te maken.
  3. SAMENwerken aan gezondheid.

 

 

 

 

 

 

Roel Jansen

Roel Jansen – Oprichter van School van de Kraanvogel in den Haag – is één van die interviews die ons sterk is bijgebleven.  Eind 2017 waren wij bij hem te gast voor een gesprek.  Hoe we via het opgeven van ons verzet en het bewust maken van keuzes kunnen kiezen voor vrijheid.  Roel is naast acupuncturist een gepassioneerde lesgever met een hart voor de traditionele manier van lesgeven.  Hij is auteur van meerdere boeken over onderwerpen zoals Tai Chi en Qigong.  Een uitermate interessante leraar met een unieke kijk op dingen.  Lees er meer over in het 6e nummer van ons CNYS magazine.

INTERVIEW Roel Jansen

Mijn naam is Roel Jansen, ik kom oorspronkelijk uit Eindhoven.  Op mijn 12e levensjaar ging ik in de leer bij de Kun Tao meester Tan Eng Ho.  Kun Tao is een verzamelnaam voor Chinese vechtkunsten in Maleis-talig gebied.  Zelf heb ik een Nederlands-Indische achtergrond.  Hij gaf les in Tit Khun, een kunst die verder niemand kent zoals dat wel vaker het geval is met familiekunsten.  Toen ik na pakweg 15 jaar trainen zelf les ging geven merkte ik dat dingen niet vanzelf gingen.  Uiteraard zat daar een stuk onervarenheid als leraar aan vast maar er was ook een groot stuk wat ik niet anders kon aanduiden als ‘de sfeer’.  Het bleek dat bepaalde zaken die binnen mijn eigen trainingsgroep als vanzelfsprekend werden beschouwd binnen de groep waar ik zelf les aan gaf en die voornamelijk Hollandse mensen bevatte, helemaal niet zo vanzelfsprekend waren.  En daar liep ik tegen aan.  Om daar vat op te krijgen ben ik toen Sinologie gaan studeren met krijgskunst als onderzoeksrichting.  Via de opleiding ben ik toen in contact gekomen met een Chinese grootmeester.  Dat was Fei Yuliang, bij hem heb ik mijn eerste Qigong en Tai Chi lessen gekregen.  Vanwege mijn ervaring met Chinese leraren en mijn kennis van de Chinese taal werd ik al vrij snel zijn persoonlijke assistent.  Na 10 leerrijke jaren waarbij we samen een aantal boeken hadden uitgebracht besloot ik om mijn eigen weg te gaan.  Ik zou me verder richten op onderzoek van klassieke teksten en het spreken met meesters.  In de laatste jaren zijn er heel wat interviews vrijgekomen met mensen die nog opgeleid waren in het begin van de vorige eeuwwisseling.  Dat is heel kostbaar materiaal en al die dingen neem ik mee om mijn eigen Taiji verder vorm te geven.  Dat heeft uiteindelijk geleid naar het project waar ik momenteel mee bezig ben, een boek over de namen van de houdingen van Tai Chi, met de gehele context en achtergrond van zo’n houding.  Dat is in een notendop het verhaal dat ik doorlopen heb.

Als ik het goed begrijp bent u een ‘Scholar’, waarbij u theorie en praktijk bestudeert en u specialiseert hierbij in Tai Chi?

Mijn zwaartepunten liggen bij het doorgeven van Tit Khun en het verspreiden van de ‘Vijf Stappen’- Tai Chi van mijn School van de Kraanvogel.  Ik wil niet op commercieel niveau les geven maar op de oude manier, zo zit ook mijn school in elkaar.  Een kleine groep waarbij ieder op zijn eigen niveau traint, de één is dan bezig met Qigong, de ander met Tai Chi of Tit Khun.  De kunst moet leven, zonder dat dogmatische karakter wat je vaak ziet.  Mensen hebben echter eenmaal de neiging om te willen weten, hoe moet dat nu?  Dat willen ze dan van buitenaf aangereikt krijgen maar via de oude manier leer je dus om het binnen in jezelf te zoeken.  Elke leerling is anders, iedereen beweegt anders.  Ja er zijn bepaalde principes die je moet volgen maar elk lichaam en temperament vormt het uiteindelijke resultaat op zijn eigen unieke manier.  Krijgskunst gaat over vrijheid, letterlijk door jezelf te kunnen beschermen maar ook in jezelf, je vrij maken van dogma’s e.d.  Dat is een heel belangrijk iets.

Speelt gezondheid daar ook een rol bij?

Daar overlap je met gezondheid.  Om te beginnen blijft je niveau in Tai Chi en Qigong altijd beperkt als je niet ook Chinese medicijnen hebt gestudeerd (ik ben acupuncturist).  Daarnaast is vrijheid een gevolg van open zijn, fysiek open zijn zoals je bv. bij Qigong doet, is heel belangrijk.  Zit je lichaam dicht dan is ook je geest dicht, dat gaat samen en dan creëer je damp.  Het dichtzitten zorgt ervoor dat de Qi niet kan transporteren.  Het openen van de meridianen is hier dus heel belangrijk.  Die openheid die zorgt er ook voor dat je vrijer kunt denken.

Het lijkt me heel erg dat je die verbinding maakt tussen de krijgskunst, gezondheid maar ook het filosofische aspect.  Vrij zijn als mens, dat houdt ook in dat je bepaalde mate van gezondheid hebt want als je ziek bent, ben je ook niet vrij.  En als je angstig bent omdat je jezelf niet kunt verdedigen, of angstig voor de gevaren van buitenaf, dan beperkt dat ook je vrijheid.

Inderdaad, het maakt je ziek omdat je benepen raakt.  Naar mijn idee is dat ook de reden voor de grote hoeveelheid ziekte in onze maatschappij.  Ok, mensen worden ouder en er kan nu eenmaal meer vastgesteld worden.  Maar als je zo rondloopt dat je de dingen maar op hun beloop laat omdat ze nu eenmaal zo zijn, geef je het verzet op om je leven beter te willen.  Mensen zeggen wel dat ze accepteren zoals het is, maar dat doen ze heel vaak niet echt.  Eigenlijk leggen mensen zich er gewoon bij neer zonder het echt te accepteren en dat zorgt ervoor dat er intern nog steeds een strijd is, een blokkade.  Qigong helpt je o.a. ervan bewust te worden dat die interne strijd er nog steeds is.  In dat opzicht is gezond zijn niet moeilijk, het is een kwestie van keuzes maken.  Uiteraard heb je mensen die een bepaalde genetische aanleg hebben of gewoon ontzettende pech maar voor een groot deel van onze bevolking zou gezond zijn niet al te moeilijk moeten zijn.

Mensen maken zichzelf ziek door onnodig verzet, niet kunnen of willen kiezen in het leven.”

Die keuzes kunnen soms vervelend zijn om te maken.   Simpel voorbeeld je zit met een levenspartner waar je eigenlijk niet meer bij wil zijn maar het loopt allemaal wel ok, dus je accepteert het, althans dat denk je.  Maar intern zit er wel degelijk een conflict en dat gaat dan woekeren.  Dat interne conflict heeft ook energie nodig en dat moet dan weer ergens anders gehaald worden.  Energie die dan niet meer inzetbaar is voor je openheid, je weerstandsschild.  Hetzelfde met een afstompende baan die je alleen maar doet omdat het moet.  En zo zit het leven vol met conflicten die je openheid beperken.  Daar moet je een keuze in maken, liefst voor het te laat is.   Als je ziek bent, dan ben je dus al te laat.  Dat is ook iets wat je leert bij de vechtsport.  Als iemand me vraagt hoe hij / zij uit een nekklem kan komen.  Dan antwoord ik steevast: kijk eerst eens hoe je in die nekklem terecht bent gekomen, want zit je in die nekklem dan heb je duidelijk daarvoor al iets verkeerd gedaan.  Je moet leren de juiste keuzes maken voordat iets gebeurt.  En in dat opzicht is gezond zijn dan weer wel moeilijk.  Het is makkelijk omdat het neerkomt op keuzes maken maar het is moeilijk voor mensen omdat veel mensen die keuzes niet willen, kunnen of durven maken. Ze zijn bang om bewust te leven, vaak wil men dat iemand anders voor hen keuzes maakt.  Dat iemand anders verantwoordelijk is.

Is dat een gebrek aan vrijheid?

Vrijheid is net als bij een auto, er zit in een gaatje in de benzinetank en je stopt het gaatje dicht, dat is alles.  Maar je moet jezelf wel vuil willen maken om onder die auto te kruipen en daar is waar het vaak aan schort.  In mijn lessen leg ik de nadruk op twee dingen.  Het eerste is het achterwege laten van morele oordelen.  Je mag iets heus wel leuk of vervelend vinden maar wil men er wat over zeggen doe het dan zonder moreel waardeoordeel.  Een klein voorbeeld: iemand die voor jou een klootzak is, is voor een ander misschien een held, dus wie bepaalt dat?  Of iemand die vandaag een klootzak is voor jou kan misschien morgen je held zijn, dus het is ook nog eens tijdelijk.  Leren neutraal kijken naar dingen is heel belangrijk en dat moet je ook leren tijdens bv. je Qigong training.  Je ervaart allerlei dingen, ok.  Observeer dat, maar geef er geen waardeoordeel aan.  Het tweede is “Ja maar”: daarmee geef je eigenlijk aan dat je de adviezen van de ander niet wil horen, dat je in je ego gekrenkt bent, enz…  Vermijd dus “ja maar”, gooi het uit je vocabulaire.  Dan hoor en leer je meer.  Let eens op je omgeving en bemerk hoeveel mensen het gebruik van die twee woorden steevast in hun routine hebben.  Die dingen moeten er uit.

Je geeft ook acupunctuur behandelingen, dat heb je gestudeerd.   Was dat ter ondersteuning van je training?

Ik was daar vanuit mezelf wel mee bezig ja.  Tai Chi en Qigong hebben nl. veel overlap met de Chinese medicijnleer en met ‘neidan’ (interne alchemie),  dat kom je ook tegen in de teksten dus daar moest ik iets meer van weten.  In eerste instantie was ik Tuina gaan studeren maar de school waar ik studeerde verplichtte het om eerst acupunctuur te doen.

Iets wat ik toen niet erg apprecieerde maar waar ik achteraf uiteraard geen spijt van heb gehad.  Uiteindelijk heb ik daar ook mijn eigen weg in gevonden.  Dat zit in mijn aard, ik duik de boeken in, ga onderzoeken en kom zo tot een manier van werken wat voor mij het meest gunstige lijkt.  Als je een boekentip wilt: de Neijing en de Nanjing, dat zijn de grote twee.  Maar ook met de acupunctuur had ik het gevoel dat er iets niet helemaal goed zat.  Dus ik ging terug naar mijn professor vanop de Universiteit.  Die vroeg toen aan mij: je weet toch dat die acupunctuur niet echt is hé?  Ik snapte er niks van.  Toen legde hij me uit dat acupunctuur eigenlijk in de 17e eeuw zowat uitgestorven was en dat er sindsdien ook geen verslagen meer waren van bv. behandelingen.  De acupunctuur die nu onderwezen wordt is als het ware opnieuw uitgevonden, dat was na 1930 en later, na 1949, ook onder het communistische bewind.  Dat ben ik uiteindelijk gaan onderzoeken en het bleek dus dat hij hierin gelijk had.  Na de opkomst van het Westerse denken in China aan het eind van de negentiende en begin van de twintigste eeuw bestonden er alleen nog kruidenopleidingen. Dan kwam burgeroorlog, de wereldoorlog, alles ligt even stil en Mao Zedong die pakt dat eigenlijk weer op maar zelf is hij bv. nooit naar de acupuncturist gegaan.  Zijn persoonlijke arts was gewoon een Westers geschoold persoon.  Bij het heruitvinden van de acupunctuur hebben ze de diagnostiek gebruikt van de kruidengeneeskunde.  Die legt de link met de organen, terwijl bij acupunctuur het in eerste instantie gaat over de staat van de meridianen.  Als bloed en qi vrij kunnen stromen dan is de patiënt gezond, zo simpel is het.  Je kunt hele interessante informatie vinden in boeken die handelen over oa. de balance methode en het palperen van de meridianen.

Ik hoor je vaak terughalen naar het bestuderen van klassieke teksten, vind je dat een noodzakelijk iets om verder te komen in je krijgskunstbeoefening?

Ja, dat is ook de traditie.  Uiteraard heb je soorten teksten, sommige teksten die zijn eerder reclame verhaaltjes dan echt serieus werk maar anderen zijn dan weer heel waardevol.  Die laatste teksten zijn vaak op vers.  De lestraditie was nl. zo dat terwijl de student de beweging oefende, de leraar de theorie reciteerde, vandaar dat het op vers stond.  In sommige Kungfu-films uit de jaren ’70 kom je dit af en toe nog tegen.

Je wilt uiteindelijk een oude kunst leren begrijpen door ook de tijdsgeest te begrijpen.   Als je kijkt naar bv. Taiji, dan heeft die nu een heel ander karakter dan die toen had.  Yang Luchan, de grondlegger van de Yang stijl Taiji, was een beer van een vent.  Je had vroeger zoiets als een Keizerlijk examensysteem voor legerkandidaten.  Die examens kenmerkten zich door bepaalde verplichte oefeningen, zoals het gebruik van de een verzwaarde guandao.   Zo’n ding kon wel tot 120 kg wegen.  Hetzelfde als de sleutelsteen – een soort kettlebell zeg maar – waarmee dan allerlei zwaai oefeningen werden gedaan.  Deze oefenmethodes werden in vrijwel alle krijgskunstscholen onderwezen en ook door Yang Luchan getraind.  Het waren heus geen softe mensen, daar heb je enorme kracht voor nodig.  Hetzelfde geldt voor de Qigong die we nu kennen.  Met het woord ‘Qigong’ werd van oudsher verwezen naar (het doen) circuleren van Qi.  Qigong als specifieke oefenmethode zoals wij die nu kennen die stamt van pakweg 1900.  Daarvoor had je natuurlijk allerlei gezondheidskunsten die wel heel ver terug gaan in de tijd.  Een voorbeeld is daoyin, een verzamelterm waar bijvoorbeeld de baduanjin en de wuqinxi (Vijf-Dieren-Spel) onder vallen  Nu is Qigong vnl. een verzamelnaam voor allerlei vormen, maar een Daoyin is iets heel anders dan een Qigong.  Uiteraard zitten er gemeenschappelijke kenmerken in maar ook zaken die tegenstrijdig zijn.  Zo wordt de Daoyin gekenmerkt door het overstrekken van de ledematen, iets wat je bij Qigong niet terug vindt.

Hebt u nog drie tips voor onze lezers ter bevordering van gezondheid en welzijn?

  1. Stop met waardeoordelen en stop met “Ja maar”
  2. Wees altijd open
  3. De gevolgen van 1 & 2 – Los die zelf op, neem je eigen verantwoordelijkheid.