Op weg met de kanaaltheorie

Chinese geneeskunde , alsook andere Oosterse geneeswijzen zoals de Japanse en Koreaanse, hebben een belangrijke gemeenschappelijke basis.  Ze zijn nl. allen gebaseerd op het werken met de kanaaltheorie of meridiaan theorie.  In dit artikel willen we een verkenningstocht maken doorheen de geschiedenis van dit fenomeen om op die manier meer inzicht te krijgen in het hoe en waarom.  Daarnaast kijken we naar de reikwijdte van de kanaaltheorie en welke aspecten noodzakelijk zijn om tot een volledig begrip te komen.  Het artikel heeft slechts als doel deze aspecten aan te stippen die jou op weg moeten helpen in je zoektocht naar volledig begrip.

De kanalen / Jing Luo – ook wel meridianen genoemd – zoals beschreven in Chinese Medicine (CM) worden in eerste instantie onderverdeeld in verschillende soorten: de 12 hoofdmeridianen – 3 hand yin, 3 voet yin, 3 hand yang en 3 voet yang; de 8 extra kanalen, 15 divergente collateralen, oppervlakkige collateralen en micro-collateralen.  Daarnaast heb je de spier -pees kanalen alsook 12 huidzones gerelateerd aan de 12 hoofdkanalen.  Dit alles wordt als één groot netwerk gezien.Rosenberg2 wijst er op dat het begrip Jing tevens refereert naar ‘de draad die weefsels samen houdt / het organiserende principe’ en  betreft meerdere fysiologische systemen.  Zhang3 vermeld dat het gaat om een hiërarchische structuur.  Die hiërarchische structuur is de weg die afgelegd wordt door een indringende pathogeen zoals beschreven staat in de Yellow Emperor’s Classic of MedicineDe kanalen hebben verschillende functies maar vormt in de eerste plaats een systeem van circulatie.5 Het zijn leidingen waar doorheen verschillende soorten energie stroomt.6 De Latijnse naam voor de studie van deze kanalen heet Sinarteriologie. Goldschmidt7 noemt de kanalen dan ook ‘circulation tracts’.  In dit circulatiesysteem vinden we qi en bloed8.

Rekening houdend met het feit dat we vele soorten qi hebben.  Porkert beschrijft bv. 32 soorten qi9 Andere functies zijn het reguleren van yin en yang, weerstand bieden tegen pathogenen, de overdracht van naald-sensatie en dus het reguleren van excess en deficiëntie.10 Changguo11 wijst dan weer meer op de relaties die ontstaan dmv de kanalen, wat nauwer aansluit bij het netwerk concept.  Dit door het verbinden van intern en extern, de organen onderling, de zintuigen enz…  De communicatie met en tussen verschillende organen neemt hierbij een prominente rol in.12  De organen worden dan weer gekoppeld niet alleen met de zintuigen maar ook met kleuren, seizoenen, emoties, enz… Deze onderlinge relaties zijn een studie op zich.

“De studie van de orbisiconography (tsang-hsiang) is de systematische beschrijving van processen die plaatsvinden in de microcosmos van het lichaam en de dynamische relaties die beschreven worden door observatie van deze processen.”

Orbisiconografie gaat daarom in eerste plaats over specifieke sferen (orbs genaamd) en als tweede de verschillende vormen van energie in deze sferen.  Een orgaan is dus een onderdeel van een sfeer.  Deze sfeer kent trouwens veel meer relaties dan diegene die de meesten kennen zoals hierboven aangegeven maar omvat ook stammen en takken, planeten,  droombeelden, positie tov de zon en maan enz… waarbij elke sfeer (lees geheel van relaties) verschillende functies heeft.13     Het gaat tenslotte om een verbindend netwerk van functies en de kanalen zijn dan het communicatiesysteem tussen deze verschillende functies.14  Op die manier wordt het lichaam één organisch geheel15 Het hoofddoel is hierbij om het lichaam te voeden – de constructie van16 – en het te beschermen.17

De zoektocht naar de precieze werking van de kanalen is iets wat de moderne wetenschap uitdaagt.  Daarbij wordt in eerste instantie gezocht naar waar die kanalen nu precies liggen en welke fysiologische structuur dit onderbouwd.18  Deze is volgens Wang et al. tot op heden nog steeds niet gevonden.  Maar dat is misschien niet zo gek.  Immers meerdere teksten wijzen op het feit dat het gaat om onzichtbare kanalen19 en dat een kanaal geen anatomische structuur is.20 Hoewel er wel meerdere onderzoeken een verband aantonen met het ‘connective tissue’ van het lichaam.21

Maar hoe is de kanaaltheorie dan tot stand gekomen?  De echte oorsprong van de theorie is zoals Porkert22 aangeeft waarschijnlijk helemaal verloren gegaan in de duisternis van de antieke geschiedenis.  Unschuld23 echter beweerd dat de theorie niet door de ‘ancient masters’ is ontwikkeld maar door naturalistische filosofen van de 3e en 2e eeuw VC en dat om wel heel specifieke redenen.  Wat vast staat is dat deze periode heel erg bepalend was voor de ontwikkeling van de Chinese geneeskunde.  Met name de Han dynastie (206 VC – 220 NC).24 In deze periode vinden we de eerste gedetailleerde referenties naar het lichaam en zijn functies.25

De Neijing was de eerste die een systematische omschrijving gaf van de kanaaltheorie en zijn acu-punten.26

Sommige auteurs gaan er echter van uit dat het systeem reeds in de Zou Dynastie (771-221 VC) was ontstaan maar dat het pas later werd uitgeschreven.27 Wat we met zekerheid kunnen zeggen is dat de formalisering van de kanalen een grote sprong maakte toen in de Song Dynastie (960-1127) Wang Weiyi de opdracht kreeg van de overheid om een werkstuk te compileren waarbij men acu-punten en kanalen zou kunnen verifiëren.  Dit werkstuk leidde tot het welbekende ‘Bronzen beeld’ dat als standaard gehanteerd zou worden.28

Over de oorsprong van de kanalen zijn twee tegengestelde meningen van belang.  Een eerste is dat het ontstaan van de kanaaltheorie gelinkt is aan de langdurige beoefening van acupunctuur.  De lijnen zouden in kaart zijn gebracht door het observeren van de naald-sensatie die ontstaat bij het prikken van acu-punten.29 Andere bronnen spreken dit dan weer radicaal tegen.  Om te beginnen zou de kanaaltheorie de basis zijn geweest voor de ontwikkeling van acupunctuur en niet andersom.30 Ook Hong31 stelt dat de acu-punten geplaatst werden op de lijnen.  Lei30 gaat zover om te stellen dat het kanaalsysteem en het acupunctuur-systeem – waarvan de eerste veel eerder werd ontwikkeld – in eerste instantie los stonden van elkaar.  De integratie van deze twee systemen zou pas tot stand gekomen zijn bij het eerder vermelde werk van de Gele Keizer.   Hij gaat ervan uit dat de ervaringen van qi-circulatie tijdens Qigong beoefening de basis zijn geweest voor het ontstaan van de kanaaltheorie.  Verschillende beoefenaren hadden hierbij vaak verschillende gewaarwordingen wat zou verklaren waarom je ook afwijkende locaties van kanaalsystemen tegenkomt in de literatuur.32 Niet voor niets was er vraag naar een geformaliseerd systeem.  Ook Wei33 wijst er op dat je enkel door het aanscherpen van je gewaar -zijn van yin en yang via qigong en taiji beoefening en het openen van je lichaam pas echt het kanaalsysteem en zijn punten kunt leren begrijpen en dus een goede arts worden.  Die mening deelt ook bv. de Shanghai University of TCM die Qigong en Taiji onderwijs als een onmisbaar onderdeel zien van hun curriculum.  Waar de oorsprong ligt zal misschien nooit duidelijk zijn maar wat wel duidelijk is geworden is dat kennis en vooral begrip van het kanaalsysteem een veel bredere studie is dan van de kanalen alleen.

Eén van de kernconcepten in Chinese geneeskunde is de theorie van overeenstemming.34 

Hemel en mens stemmen met elkaar overeen. 

De macro -kosmos van de wereld weerspiegelt in de micro -kosmos van de mens.   Daarom net als er constellaties zijn in de hemel en rivieren op aarde, zijn er kanalen in de mens.35   Deze macro –kosmos wordt in Chinese filosofie bestudeerd aan de hand van de principes van yin en yang en de verschillende energetische fases die zij doormaken.  De yin yang theorie is veel meer dan de welgekende dualiteit maar gaat over veranderingsprocessen, de combinaties van yin en yang zoals vol yin en jong yin.  Maar ook de wuxing – 5 fasen, in tegenstelling tot het vaak onterecht vertaalde elementen36 zijn een spel van yin en yang.  Voor zij die de hexagrammen kennen is dit uiteraard niks nieuws.  De basis hiervoor ligt nl. in de Yijing – het boek der veranderingen en deze speelt dan ook een cruciale rol in het begrijpen van de Chinese geneeskunde.  Niet voor niets beginnen de meeste handboeken TCM met de hoofdstukken Yin/Yang gevolgd door Wuxing.   Maar ook het minder bekende ‘Phase energetics’ is een belangrijk concept.37 Dit is de studie van de energetische processen die plaatsvinden in de kosmos en volgens de theorie der overeenkomst dus ook in de mens.  De basis hiervoor ligt in de Daoïstische kosmologie en omvat aspecten zoals de Hemelse Stammen en Aardse Takken.38

Zoals we in het artikel hebben kunnen lezen is de studie en het begrip van de kanaaltheorie een werk van lange adem.  Het gaat om allerlei soorten en maten die als netwerk het lichaam tot één geheel vormen.  Zij doen dit door als communicatie-systeem op te treden tussen de verschillende sferen of orbs.  Deze orbs zijn dan weer een verzameling van functies binnen het lichaam die eveneens gekoppeld zijn met de macro –kosmos.  Immers de theorie der overeenkomst bepaalt dat als wij het lichaam willen kennen, dan dienen wij de wereld en het universum om ons heen te bestuderen.  En hoewel de oorsprong van de theorie misschien onduidelijk is, kunnen de theorieën van Yin/Yang – Wuxing – Stammen en Takken maar ook het beoefenen van Qigong ons op weg helpen om tot een beter begrip te komen van deze mechanismen.

Jia You!   T.V.

1. Changguo 2002; Chen Xinnong 1987; Wang ea. 2010 p.1; Yongsheng 1992   2.Rosenberg 2017   3. Zhang Wei-Bo ea. 2015   4. Maoshing 1995 p.222   5. Lei L. 2014   6. Porkert 1978 p.197    7.Goldschmidt A. 2009    8. Kan Wen-Ma 2007; Lei L. 2014; Maoshcing 1995 p.214; Wang ea. 2010 p.1;Wei Tsuei 1989    9. Porkert 1978 p.168    10. Chen Xinnong 1987 p.64    11. Changguo 2002   12. Changguo 2002; Kan Wen-Ma 2007; Maoshing 1995 p.214; Rosenberg 2017; Wei Tsuei 1989       13. Porkert 1978 p.109    14. Goldschmidt A. 2009 p.9        15. Wei Tsuei 1989   16. Bob Flaws 1999 p.50    17. Maoshing 1995 p.203; Wei Tsuei 1989    18. Wang ea. 2010    19. Ho 1997 p.25    20. Lei L. 2014 p.2     21. Wang ea. 2010; Zhang ea. 2015 p.1   22. Porkert 1978 p.197     23. Unschuld 2003 p.168    24. Ho 1997 p.21    25. Goldschmidt 2009 p.7    26. Kan Wen-Ma 2000; Lei L. 2014; Porkert 1978 p.197   27. Hong 2004 p.80; Lei L. 2014   28. Goldschmidt 2009 p.34; Kan Wen Ma 2000   29.Kan Wen Ma 2000   30.Lei L. 2014   31. Hong 2004   32. Sun 2004    33. Zang Wei-Bo 2015     34. Goldschmidt 2009; Ho 1997 p.16; Lei L. 2014; Liu Zheng-Cai ea. 1999 P.41   35.Chapter 27 Su Wen—Lei L. 2014; Liu Zheng-Cai ea. 1999   36. Porkert 1978 p.45      37. Maoshing 1995; Porkert 1978        38. Liu Zheng-Cai ea. 1999 Maoshing 1995; Porkert 1978

Bibliografie:

  • Bob Flaws 1999. The classic of difficulties – A translation of the Nan Jing. Bleu Poppy Press; ISBN1-891845-07-1
  • Changguo W., Zhongbao Z. 2002. Basic Theory of Traditional Chinese Medicine.  Publishing House of Shanghai University of TCM, Shanghai, China.  ISBN 7-81010-682-1/R.647
  • Chen Xinnong 1987. Chinese acupuncture and moxibustion. Foreign Language Press, Beijing, China; ISBN 978-7-119-05994-5
  • Goldschmidt A. 2009. The evolution of Chinese Medicine – Song Dynasty 960-1200; Routledge NY. ISBN 0-203-94643-X / Ebook ISBN10: 0-415-42655-3
  • Ho PY, Lisowski FP 1997. A brief history of Chinese Medicine 2nd edtition; World Scientific Publishing Co. ISBN 981-02-2717-5
  • Hong F.F. 2004. History of Medicine in China – when medicine took an alternative path. MJM2004 8,78-84.
  • Kan-Wen Ma 2000. Acupuncture: Its place in the history of Chinese Medicine; Acupuncture in medicine journal Vol.18 (2)
  • Lee In-Seon ea. 2013 Visualization of the Meridian System Based on Biomedical Information about Acupuncture Treatment; College of Korean Medicine, Kyung Hee University. Evidence Based Complementary and Alternative Medicine Vol. 2013 Article ID 872142.
  • Lei L., Tung CW and Lo KC 2014. The Origin of Meridians. Chinese Medicine,5, 71-74; University of Hong Kong Scientific Reaearch Publishing Inc.
  • Liu Zheng-Cai et al. 1999. A study of Daoist Acupuncture & Moxibustion. Bleu Poppy Press; ISBN 1-891845-08-X
  • Maoshing Ni Ph.D 1995. The Yellow emperor’s classic of medicine.  Shambhala, Boston and London; ISBN 1-57062-080-6
  • Porkert M. 1978. The theoretical Foundations of Chinese Medicine – Systems of correspondence. MIT Press; ISBN 0-262-16058-7
  • Rosenberg Zév, Doane et al 2017. The Nei Jing and Medicine: A response to “a review of the ancient concepts of medicine” by Doane et al.; Journal of Chinese Medicine Nr. 114.
  • Sun G.C. Ph.D. 2004. Cultivating the Body’s information system and experiencing the meridians through qigong practice; Qi, the Journal of Traditional Eastern Health and Fitness 14-10:22-29.
  • Unschuld P. 2003. Huang Di Nei Jing Su Wen; University of California Press; ISBN 978-0-520-23322-5
  • Wang G.J., Ayati M.H., Zhang W.B. 2010. Meridian studies in China: a systematic review; Journal of Acupuncture Meridian Studies 2010,3(1),1-9; Elsevier
  • Wei Tsuei 1989. Roots of Chinese culture and medicine; Chinese culture Books Co. Oakland California USA; ISBN 0-9625156-0-4
  • Yongsheng Bi 1992. Chinese Qigong – Outgoing Qi Therapy. Shandong Science and Technology Press, Jinan, China; ISBN 7-5331-1041-2/R
  • Zhang Wei-Bo ea. 2015. Classic and Modern Meridian studies: a review of low hydraulic resistance channels along meridians and their relevance for therapeutic effects in TCM. China Academy of Chinese Medical Sciences, Beijing, China; Evidence Based Complementary and Alternative Medicine Vol. 2015 Article ID 410979

 MEER over Chinese Medicine